12. Toedracht
Zet een kruis in elk van de betreffende vakjes
A
B
1 stond geparkeerd/stond stil
2 verliet een parkeerplaats/opende de deur
3 ging parkeren
4 reed weg van een parkeerplaats, een uitrit, een onverharde weg
5 was bezig een parkeerplaats, een inrit, een onverharde weg op te rijden
6 wilde een rotonde oprijden
7 reed op een rotonde
8 botste op achterzijde, in dezelfde richting en op dezelfde rijstrook rijdend
9 reed in dezelfde richting en op een andere rijstrook
10 veranderde van rijstrook
11 haalde in
12 ging rechtsaf
13 ging linksaf
14 reed achteruit
15 kwam op een rijbaan bestemd voor het tegemoetkomend verkeer
16 kwam van rechts (op een kruising)
17 lette niet op een voorrangsteken of een rood licht
0
aantal aangekruist
0
A
11. Zichtbare schade aan voertuig A
B
11. Zichtbare schade aan voertuig B
A
14. Opmerkingen
B
14. Opmerkingen
Vorige